Niehove in tijden van Corona

Duurzaam recreëren in Middag-Humsterland.

door: Lex van Wijngaarden

De zomer is in aantocht. Door alle maatregelen rond Covid-19 ziet het ernaar uit dat velen dit jaar niet naar het buitenland op vakantie kunnen of willen. Dat betekent waarschijnlijk meer kort verblijf en dagjes uit in eigen land. Op zich niet slecht voor het milieu: minder vliegbewegingen en minder kilometers over de weg. En er is ook in Nederland nog heel veel te ontdekken!

De vraag is wel: wat betekent dit voor de toeristische druk op ons eigen land? Op zich lijkt dat erg mee te vallen, want het aantal toeristen dat normaal gesproken naar Nederland komt is heel wat groter dan het aantal Nederlanders dat in het buitenland op vakantie gaat. Sterker nog: de toeristische sector maakt zich behoorlijk zorgen over het derven van inkomsten en in Amsterdam en Giethoorn is het momenteel heel wat rustiger dan anders in dit jaargetijde.

Wat je wel merkt is dat met het versoepelen van de RIVM-richtlijnen veel Nederlanders erop uit trekken in eigen omgeving. Ook in Niehove zie je regelmatig mensen neerstrijken tijdens een tocht op de (race)fiets of een voettocht met rugzak. Zeker nu het terras van de Eisseshof weer open is, geeft dat een gezellig beeld van mensen die even de benen strekken en zich verpozen alvorens weer door te gaan. Maar je ziet  (en hoort) ook regelmatig motoren door ons dorp rijden en dan met grote snelheid weer optrekken of grote campers die even een rondje om de kerk maken. Daar zitten we dan weer wat minder op te wachten.

        

Enige tijd geleden is de Werkgroep Regiomarketing Middag-Humsterland opgericht. Deze is bedoeld om te bekijken hoe we ons mooie nationale landschap op een verantwoorde manier onder de aandacht van de mensen kunnen brengen. En dan denken we niet aan het “vermarkten” van ons landschap en onze dorpen met allerlei attracties en pretparken, waar hordes mensen op af komen, maar veeleer aan een duurzame wijze van recreëren. Dat wil zeggen: mensen in de gelegenheid stellen van het landschap te genieten zonder dat daar een grote aanslag op wordt gepleegd. Onze sterke troef is het eeuwenoude cultuurlandschap. Als een landschap een sterke identiteit heeft, is het herkenbaar voor bezoekers en het is van belang om ons juist daarop te richten. Daarmee trekken we mensen die de kwaliteiten van het landschap kunnen waarderen: de rust en de ruimte, de kronkelende dijkweggetjes, de ongelijkmatige blokverkaveling en de wierden, de schilderachtige dorpjes en de eeuwenoude kerken en de prachtige luchten daarboven. Kortom: we richten ons primair op de “liefhebber” die de natuur en het landschap kan waarderen en zich graag verdiept in de cultuur en historie. Mensen die met belangstelling de streek willen verkennen op een langzame wijze: te voet, op de fiets, vanaf het water. Kleinschaligheid is daarbij het motto, passend bij het landschap. Niet voor niets zijn in Middag-Humsterland voornamelijk kleinschalige overnachtingsadressen – voornamelijk B&B’s, een strohotel en enkele kleine campings – en een aantal rustieke horecagelegenheden. En dat willen we graag zo houden!

Met de gasten in ons gastenverblijf hebben Maria en ik doorgaans ook heel positieve ervaringen. Ofwel het zijn mensen die speciaal voor het landschap naar hier komen, ofwel het zijn mensen die hier “bij toeval” terecht komen en zich er dan over verbazen hoe mooi het in Groningen en Middag-Humsterland is. Ik laat de gasten dan ook graag ons dorp zien en verwijs hen naar de informatieborden in de kerk. En steevast komt men enthousiast terug. Daar doe je het voor. En dat is wat we met duurzaam toerisme beogen.

Ik realiseer me dat niet iedereen gesteld is op toeristen in onze leefomgeving; die vinden dat hun komst zoveel mogelijk ontmoedigd moeten worden. Ik denk daar anders over; om twee redenen. Om te beginnen geloof ik in een geven en nemen, een soort wederkerigheid. Net zoals velen van ons soms kunnen genieten van een bezoek aan de stad met al zijn reuring – al was het maar om te shoppen of de bioscoop te bezoeken – zo is het goed dat stedeling zich van tijd tot tijd kan verpozen in onze mooie omgeving. Ten tweede kan toerisme ook bijdragen aan de leefbaarheid van een gebied: op sommige plekken kunnen winkels of horeca blijven bestaan mede dankzij de bezoekers van elders. En het is de vraag of een aantal mooie fietspaden (of een fietspontje), waar we graag gebruik van maken, er gekomen zouden zijn zonder recreanten. Het moet dus gaan om een win-win-situatie waar zowel de recreant als de inwoners beter van wordt: kleinschalige concerten, een verhalenfestival, rondleidingen door het landschap in combinatie met een goede maaltijd, zo mogelijk weer een kanoverhuur, enz. Je ziet ook heel leuke initiatieven ontstaan. Zo heeft de familie Telintel – omdat er in Oldehove geen horeca open is overdag – bij hun Streeksuper in Oldehove een “Rustpunt” ingericht, waar passanten een kop koffie of thee kunnen bestellen. Zij kunnen dan direct wat proviand inslaan en zo snijdt het mes aan twee kanten….

Ik hoor wel eens zeggen: eigenlijk moet je helemaal niets doen aan publiciteit, de échte liefhebbers komen vanzelf wel. Op zich een plausibele stelling, maar ik denk toch dat enige informatie over de streek en wat je er kan vinden wel van belang is. Als je weet wat wierden zijn, zie je ze opeens liggen in het landschap en als je weet dat de kronkelende sloten vaak oude kweldergeulen zijn, dan begrijp je dat je in een oud Waddenlandschap vertoeft. In die zin hebben het bezoekerscentrum in de kerk van Niehove en Museum Wierdenland in Ezinge ook een mooie informerende functie.

Het is de kunst om bij de publiciteit over ons Middag-Humsterland zorgvuldig te mikken op de mensen die echt geïnteresseerd in het landschap met zijn cultuurhistorie. Uitverkiezing tot het mooiste dorp van Nederland is leuk, maar moet niet leiden tot horden Chinezen en Giethoornse toestanden, zoals we al eens gekscherend opmerkten. We zitten niet te wachten op mensen die alleen maar even langskomen om een selfie te maken ten bewijze dat men in ‘het mooiste dorp’ geweest is. Want voor je het weet schiet je in je eigen voet en wordt de rust en de ruimte, waar de toeristen op afkomen door diezelfde toeristen om zeep geholpen. Of zoals Ilja Leonard Pfeijffer het in zijn boek ‘Grand Hotel Europa’ zo treffend omschrijft: “toerisme vernietigt datgene waardoor het wordt aangetrokken.”

Vandaar ons pleidooi voor een bescheiden en duurzame vorm van recreatie en toerisme in Middag-Humsterland, die rekening houdt met de kleinschaligheid van het landschap, met de natuur, de cultuurhistorie en de inwoners. Over dit onderwerp is ook een mooi en zeer gedegen afstudeerwerkstuk geschreven door twee studenten: Duurzaam toerisme in Nationaal Landschap Middag-Humsterland

Eind van de maand geeft de Gemeente Westerkwartier een overzichtskaart van de gemeente uit met fiets- en wandelknooppunten en vermelding van interessante plekken. Het idee hierachter is dat we deze zomer wellicht wat meer in onze eigen omgeving blijven en dat deze kaart ons op weg kan helpen om de eigen omgeving verder te verkennen. Want veel mensen uit het zuidelijk Westerkwartier kennen het noordelijk Westerkwartier niet en omgekeerd. Kortom: een stimulans tot duurzaam recreëren in tijden van corona.

Een fijne zomer toegewenst!

Lex van Wijngaarden, lid van de Gebiedsraad Middag-Humsterland en voorzitter van de Werkgroep Regiomarketing Middag-Humsterland.

 

Meer lezen over Middag-Humsterland en de recreatiemogelijkheden? Ga naar www.middaghumsterland.info

Mocht je ideeën of suggesties hebben, laat ze weten aan de Werkgroep Regiomarketing Middag-Humsterland: regiomarketing@middaghumsterland.info

 

 

 

 

Zeer onlangs is door REiSREPORT een reisboek uitgegeven over de 20 nationale landschappen in Nederland. Een aanrader voor komende zomer. Hierin wordt ook aandacht besteed aan Middag-Humsterland met goede achtergrondinformatie. Zie: https://reisreport.nl/winkel/reisgids-nederland-vakantie-eigen-land/

Geef een reactie

dertien − 8 =