Wierde

De radiaire dorpswierde
Het dorp Niehove is een van de best bewaard gebleven voorbeelden van de ronde of radiaire dorpswierde. De ideale vorm van deze dorpen kan men het best vergelijken met die van een wagenwiel. In het midden ligt de kerk. Daaromheen lag oorspronkelijk een kring van boerderijen met hun achterkant naar de velden gekeerd. Na de eerste bedijkingen verdwenen de meeste boerderijen uit het dorp. Daar kwamen arbeiderswoningen, bedrijfjes en winkels voor in de plaats. Deze staan in een cirkel rondom de kerk aan een straat die tot 1830 nog door een cirkelvormige gracht van het hoge kerkhof gescheiden was. Dit grachtje diende de geesten op het kerkhof te houden. Uit dit grachtje haalde men ook het drink- en bluswater. Vanuit het midden van de wierde lopen (kerk-)paden naar de rondweg aan de voet van de wierde. Deze is in Niehove nog deels als ringweg, deels als ringsloot herkenbaar.
Bij het in cultuur brengen van de grond op en rond de wierden lieten de bewoners zich leiden door het bestaande geulen- en krekenpatroon. Langs de grenzen van de huiskavels bij de boerderijen werden vanuit het midden van de wierde lijnen doorgetrokken naar het buitengebied, waardoor er een radiair of straalsgewijs verkavelingspatroon ontstond. Door de grillige vorm van de waterlopen ontstond een opmerkelijk en uniek verkavelingspatroon: de onregelmatige radiaire blokverkaveling.

Leven op de Wierde
De eerste wierden waren laag en worden huiswierden genoemd, omdat er maar voor een of twee huizen plaats was. Doordat de zeespiegel bleef stijgen maakte men de wierden hoger en groter. Wierden die dicht bij elkaar lagen groeiden vaak aan elkaar zodat er een dorp ontstond van een groep boerderijen. Op en rond de wierde nam men de hogere delen van het land in gebruik als akkers, de iets lagere delen als weiland, en de meer moerassige delen als hooiland. De akkers werden valgen genoemd en de hooilanden meeden. Deze namen zijn nu nog vaak te herkennen in de straatnamen van de wierdendorpen.

Rond het begin van de jaartelling waren de boerderijen rondom een centrale, onbebouwde ruimte gegroepeerd. Het woongedeelte van de woonstalhuizen lag bovenaan en de stal op de flank van de wierde, met de achterzijde naar het veld. De boerderijen waren van hout, met wanden van vlechtwerk en aangestreken leem en daken van riet en stro. In het woongedeelte lag een vloer van aangestampt leem, met in het midden een haardplaats. Daaromheen waren de slaapplaatsen. Men leefde van de veeteelt en wat akkerbouw voor eigen gebruik, veelal gerst, vlas, zaden en duivebonen. Daarnaast deed men aan visvangst en de jacht.
De centrale open ruimte in het dorp was bestemd voor gemeenschappelijk gebruik. Het was de plek waar men het vee bijeen dreef bij hoge waterstand, en veelal lag er een zoetwatervoorziening, de dobbe. Later, na de komst van het christendom rond het jaar 800, werden op die plek de eerste houten kerkjes gebouwd. Pas na de eerste bedijkingen rond 1200 durfde men de kerk in steen te bouwen. De eerste stenen huizen verschenen pas in de 16e eeuw.

De wierden en de afgravingen
Aan het eind van de negentiende eeuw verdween een deel van de de west- en zuidkant van de wierde bij afgravingen. De afgegraven vruchtbare terpaarde gebruikte men voor de ontginning van armere zand- en veengronden, onder meer in Drenthe. De verkoop van de vruchtbare aarde bleek een zeer winstgevende zaak. Vele wierden en terpen zijn toen geheel of gedeeltelijk afgegraven. Aan deze afgraving dankt Niehove haar hedendaagse uiterlijk als hooggelegen wierde.
De vruchtbare grond groef men met de hand af. Met behulp van kruiwagens en lorries laadde men de platschuiten. Om de grond gemakkelijk af te kunnen voeren groef men een kanaaltje vanaf de plek van de afgraving naar de haven. Dit kanaaltje kruiste het kerkpad Tilstok dat daarom tijdelijk voorzien werd van een houten bruggetje.
Later groef men om andere redenen in de terpen en wierden. Deze afgravingen hadden tot doel meer te weten te komen over het leven op de wierden in vroeger tijden. Men vond veel archeologische voorwerpen en legde fundamenten van boerderijen van voor de jaartelling bloot. Met name de afgraving van de wierde Ezinge door professor van Giffen rond 1930 heeft internationaal de aandacht getrokken. Hierover kunt u meer te weten komen in het Museum Wierdenland in Ezinge.