Ambachten & Nering

Ambachten en neringdoenden
Op den duur verdwenen de meeste boerderijen uit het dorp. In het kerkdorp vestigden zich de ambachtslieden, zoals smeden, wagenmakers, kuipers, molenaars, bakkers, slagers, wevers, kleermakers, schoenmakers, timmerlieden, metselaars, de strodekkers en kasteleins.
Met de opkomst en de bloei van de akkerbouw steeg het aantal arbeidsplaatsen en de vraag naar woningen. De bestaande bebouwing breidde zich uit met woningen, winkels en bedrijfjes die dicht op elkaar en meestal direct aan de weg stonden. Dit leverde een vrijwel gesloten gevelwand op rond de kerk.

De geïsoleerde ligging van Humsterland en de verzorgende functie van Niehove voor zijn omgeving leidden tot een groot aantal kleine winkeltjes, werkplaatsen en bedrijfjes. In 1910 nog had Niehove 21 winkels, waaronder 2 kruideniers, 2 slagers, 3 textielzaken, 2 schoenmakers en 3 café’s. In 1958 waren er nog 15 winkeltjes van over. In vrijwel ieder voorhuis rond de Kerkstraat dreef men een winkeltje. In het achterhuis had de man veelal een werkplaats. Veel werkplaatsen deden tevens dienst als klandistien kroegje of “stille kniep”. Samenloop van verschillende bedrijfjes was normaal. Zo was de fietsenmaker tevens barbier of haarsnijder en had hij ook altijd wel “iets bruins in de kan”.

Smederij
De smederij nam in de wierdendorpen een bijzondere plaats in binnen het dorpsleven. Vaak was de smid ook heelmeester, omdat de echte dokter te ver weg woonde. Men kon bij hem onder meer terecht voor een aderlating. In Niehove lag de smederij tegenover de oostelijke ingang van de kerk, op de hoek van de Kerkstraat en de Smidsweg. De bedrijvigheid die de smederij met zich meebracht bepaalde het dorpsbeeld ter plaatse. De smid was, evenals de barbier, ook fietsenmaker. De smederij was ook het onderhoudsbedrijf voor landbouwwerktuigen en later ook de dorpsgarage.
De smid en zijn knechten deden veel werk buiten op straat. Hier werden de paarden beslagen en kregen wagenwielen nieuwe hoepels. Later stond voor de smederij ook de bezinepomp van het dorp. Verzonken in de modder van de Kerkstraat bevond zich de blusbak, waarin de smid de gloeiendhete wagenhoepels en hoefijzers afbluste. Binnen in de smidse deed de oude zandstenen doopvont uit de kerk dienst als blusbak naast de oven. Op de boom tegenover de smederij hingen de berichten over het dorpsleven.
De ligging van de smederij aan de ring rond de kerk heeft, naar verluidt, een argeloze bezoeker van Niehove parten gespeeld. Hij was “met ain haile bult viev’n en zessen” op zoektocht naar de uitgang van de Kerkstraat. Onderweg telde hij maar liefst zeven smeden die “verdoald almoal een knecht met rood hoar hadd’n”.

Cafe’s
De bewoners van de wierdendorpen en hun omgeving waren vroeger voor ontspanning en vermaak op het eigen dorp aangewezen. De café’s waren er vaak dag en nacht open. Hier kon men het laatste nieuws horen. Ze werden druk bezocht, vooral tijdens verkopingen en verhuringen, veemarkten, kermissen en jaarmarkten. Bekend waren ook de begrafenissen; het ‘leedbier’ vloeide er dan rijkelijk. Veel kasteleins organiseerden papegaaischieten en harddraverijen. Ook de dekstier en de dekhengst waren in het café gestationeerd.
Na de invoering van de drankwet in 1881 hadden café’s een vergunning nodig. De ‘stille kniepen’ bleven in de dorpen echter nog lang voortbestaan. Men kon er tot diep in de nacht nog ‘onder het raam door’ bediend worden.

Het bekendste café van Niehove is café Eisseshof, dat uit de 17e eeuw stamt. Het bestaat nog in zijn oorspronkelijke staat. Vroeger werd het cafébedrijf er gecombineerd met een kruidenierswinkel, een timmerbedrijf en een boerderij. Het had aanvankelijk alleen een benedenverdieping, rechts van de gang was de jachtweide (het café) met tapkast en links van de gang de winkel. De boeren rondom het dorp ging het aan het eind van de 19e eeuw economisch voor de wind. Voor hen werd een bovenzaal gebouwd. De rijke boeren hielden er hun feesten en dansavonden en vergaderden er. Zij dronken er wijn. De benedenverdieping was er voor de middenstanders en arbeiders. Zij dronken jenever. Vandaag de dag wordt er zowel boven als beneden met name veel bier gedronken. Het “Eisseshof” is een typisch voorbeeld van een Groninger dorpscafé. Naast het café bevindt zich de ‘deurrit’. Dit is een paardenschuur met staldeuren aan zowel de voor- als de achterkant. Daardoor kon de bezoeker van het café met de koets door de schuur rijden. Kerkgangers maakten vaak gebruik van de ‘deurrit’.

Niehove kende meerdere café’s. Aan de Rikkerdaweg stond aan de ingang van het dorp het café Doesburg. Naast de ‘deurrit’ stond “het blaauwe huuske” het stille kroegje van de familie Reinders. In het eerste, nu verdwenen, pandje aan de linkerkant van het Molenpad dronken de oudere Niehoofsters ook graag een borreltje. Het stond in de volksmond bekend als het ‘klubhuus’.

Molens en de sarrieshut

Het hoeft geen betoog dat de molens die het koren maalden dat rondom het dorp werd verbouwd van groot belang waren voor het dorp. In Niehove stonden rond 1840 maar liefst drie molens. Aan de noordoostkant van het dorp stond aan het Molenpad eeuwenlang een standerdmolen. Dergelijke molens draait men met romp en al in de wind. Bronnen uit 1628 maakten er al melding van. In 1859 verving een kleine achtkante stellingmolen de afgebroken standerdmolen. De nieuwe molen bestond slechts tot 1890. Het molenhuis, dat tevens bakkerij was, is nog steeds aanwezig.
Tegenover de molen stond de sarrieshut. De sarries (verbastering van het Franse commissaire) was een door de bestuurder van het gebied aangesteld persoon die belasting moest innen van ieder die in de molen zijn graan kwam malen en meel mee terugnam. De sarries genoot bescherming van hogerhand. Dat was aan de sarrieshut te zien door de speciale steen die in de gevel van het huis was aangebracht.
In 1839 bouwde stelmaker Jacob de Vries op Tilstok eigenhandig een vlasbraakmolen, die de enige in de provincie was. Deze vlasbraakmolen heeft maar enkele tientallen jaren dienst gedaan.
Aan de westzijde van het dorp bij de haven stond een grote achtkante stellingmolen, een pelmolen. Deze molen was in ieder geval in 1781 al aanwezig. In 1958 werd helaas ook deze laatste molen van Niehove gesloopt.